actief sociaal kapitaal

Verschillende wijkvisie thema´s hebben betrekking op de zelfredzaamheid van de bewoners en het sociaal kapitaal in de wijk. Dat komt samen in de revitalisering van het buurtcentrum (de Lommerd) als ontmoetingsplaats en uitvalsbasis voor wijkactiviteiten, het klimaat voor cultureel ondernemerschap (bijv. de grote inzet van vrijwilligers bij evenementen zoals Spijkerkwarts en Kunst op de Koffie), de jaarlijks terugkerende festivals en evenementen (Bloembakkenactie, activiteiten van de Groengroep, Spijkerrok, Zomerfeest, …) en de wijkeconomie (ondernemerschap).

Hoewel het zelforganiserend vermogen van de wijk groot is, is het sociaal kapitaal niet bovenmatig sterk. Dat komt door twee sluipende ontwikkelingen waarvan de effecten elkaar versterken, in een richting die het sociaal kapitaal langzaam uitholt.
1. De dynamiek van bewoning. Als “wijk van binnenkomst” huisvest het Spijkerkwartier veel nieuwkomers, kamerbewoners, studenten en jonge woonstarters. Dit gaat gepaard met een grote mate van doorstroming. Ieder jaar verhuist bijna een kwart van de bewoners en komen er evenveel – of meer – nieuwe bewoners bij. Dat maakt het moeilijk om nieuw sociaal kapitaal aan te boren, zeker nu de gemiddelde woonduur al een aantal jaren afneemt.
2. Door voortdurende verdergaande splitsing van woningen neemt het areaal aan gezinswoningen en multifunctionele gebouwen (waar werken, wonen en publieksfuncties kunnen worden gecombineerd) steeds verder af. Daardoor wordt het gat in de bevolkingsopbouw (tussen twintigers en vijftig+) steeds groter. De sociaal-stedenbouwkundige robuustheid van de wijk, het grote aantal gebouwen met overmaat, die elke generatie een andere functie kunnen huisvesten, brokkelt af. Het aandeel (kleine) woningen neemt toe, terwijl er steeds minder grote woningen en multifunctionele gebouwen overblijven. Daarbij neemt de parkeerdruk toe en kalft het draagvlak voor jongerenvoorzieningen af. Aangezien peuterspeelzalen, scholen en andere voorzieningen voor jongeren juist de plaatsen zijn waar regelmatige spontane ontmoetingen bijdragen aan de opbouw van nieuw sociaal kapitaal, wordt de verversing van het sociale kapitaal in de wijk steeds minder een autonoom proces.
De combinatie van deze twee ontwikkelingen leidt er toe dat steeds meer vrijwilligerswerk wordt gedaan door een generatie van oude bewoners, die in meerderheid al meer dan twintig jaar actief zijn in de wijk. Aangezien deze groep langzaam kleiner wordt, is het voor de zelfredzaamheid van de wijk cruciaal dat er nieuwe generaties aanhaken.
De opgave voor dit decennium is dan ook om een grote groep (relatief) nieuwe bewoners (met en zonder kinderen) te activeren en aan te sluiten bij het sociaal kapitaal in de wijk. Daarbij wordt nadrukkelijk plaats gemaakt voor zelfstandig ondernemers, die wonen en (het grootste deel van hun tijd) werken in de wijk. Zij krijgen daarom als eersten (co-werk en programma)ruimte aangeboden in de Lommerd. Het Buurtdynamo proces voor de revitalisering van de Lommerd neemt drie jaar om op deze manier een nieuwe laag sociaal kapitaal aan de wijk toe te voegen.
Ten tweede zal een actief beleid van verwelkoming en “wijkinburgering” van start moeten gaan. Daarmee moet het mogelijk zijn om ook de snelle doorstromers, die slechts een gering aantal jaren in de wijk wonen, bij het wijkkapitaal te betrekken.
Ten derde moet worden gestreefd naar behoud, en uitbreiding, van de voorzieningen voor jongeren.

Sociale infrastructuur
Voor (beheer)functies die het moeten hebben van continuïteit zijn mensen nodig die een aantal jaren achtereen hetzelfde willen blijven doen. Zij beheren het wijkkapitaal en houden de sociale infrastructuur in stand. In de redactie van de wijkkrant, in werkgroepen die zich bezig houden met verkeer en stedebouwkundige ontwikkeling (waar projecten vaak meer dan vijf jaar duren). Daarbij hoort ook een rol als “geheugen van de gemeente”, omdat projectleiders van de gemeente meestal maar een paar jaar bij een project betrokken zijn, terwijl de bewoners een of meer decennia in de wijk blijven wonen.
Maar dat betekent niet dat deze bewoners ook (als collectief) in alle werkgroepen actief moet zijn. Daar moet juist ruimte zijn voor vers sociaal kapitaal, nieuwe ideeën en nieuwe bewoners.
Actief sociaal kapitaal ontstaat door nieuwe verbindingen. Daarvoor zijn steeds nieuwe mensen nodig, die nieuwe groepen vormen.

Verversing
Iedere wijk heeft een andere samenstelling van het (sociaal) kapitaal. Om dat te activeren is maatwerk nodig. Dus niet klakkeloos een methode van de ene naar de andere wijk kopiëren. Of subsidie verstrekken via organisaties die zelf afhankelijk zijn van die subsidie, zodat er voor de wijk weinig overblijft.
Ook elders in Arnhem, en Nederland, is dat geconstateerd. Inmiddels is wel bekend wat werkt en wat niet. “Stop de uitgifte van wijkgeld via welzijnsorganisaties.” Vooral in tijden van bezuiniging, want “Bewoners zijn vaak zuiniger met geld dan wij.” “Haal geen organisaties en adviesbureaus van buiten die met zinloze onder¬zoeken en projecten uit de subsidieruif mee-eten, maar geef bewoners de middelen om het zelf te doen.” “Zorg dat bewoners zichzelf kunnen vertegenwoordigen. Laat hun plaats niet innemen door professionals van buiten de wijk.”
“Houd de representativiteit in de gaten.” “Voorkom dat wijkorganisaties lange tijd gedomineerd worden door dezelfde personen.”
Daarom is het belangrijk om het sociaal kapitaal regelmatig te verversen. Nieuwe mensen te activeren. Nieuwe groepen te vormen. En actieve bewoners te stimuleren om niet steeds hetzelfde te doen. Daar moeten dan wel aanleidingen voor worden geboden. Dat lukt vooral als er (veel) periodieke evenementen zijn, waar iedere keer (ook) andere mensen aan kunnen meedoen. Terugkerende festivals zoals Spijkerkwarts, dat al een kwart van de wijk in beweging bracht.